Home > Knel! (2024)
Voor dit onderzoek spraken wij met 23 jongeren die betrokken waren (of zijn geweest) bij georganiseerde criminaliteit. Ze vertelden over hun weg erin, hun worsteling om eruit te komen, en wat zij onderweg misten. Wat opvalt: ze zien zichzelf zelden als slachtoffer. Maar kijk je met de bril van een professional, dan zie je vormen van criminele uitbuiting. Jongeren die voor het karretje van anderen worden gespannen. Soms subtiel, soms keihard.
Vrijwel niemand kiest er ‘gewoon’ voor. Het is zelden een weloverwogen pad. Er is geen sollicitatieformulier. Er zijn omstandigheden: geldstress, groepsdruk, een onveilige thuissituatie of een gevoel van nergens bij horen. Soms is het een thuis met geweld of verwaarlozing. Soms is het een ogenschijnlijk normaal gezin, maar met een kind dat zijn weg niet weet te vinden. En dat zoeken, dat hoor je terug in hun verhalen. Zoals één van hen zei:
“Je denkt dat je Tony Montana bent maar dat ben je niet en zal je ook nooit zijn. Ik was echt zoekende in die tijd. Wat wil ik wel? Wat wil ik niet? Wat kan ik? Wat moet ik? Wat heb ik nodig? Waar wil ik voor gaan? Wat komt er op mijn pad?” – respondent Knel!
Jongeren worden niet altijd geronseld met een duidelijk plan. Vaak mogen ze ‘gewoon meerijden’, krijgen ze geld toegestopt voor snacks, houden ze het wisselgeld. Dat voelt onschuldig. Totdat ze ineens meedraaien in het echte werk. Vraag je hen of ze zelf hebben gekozen, dan knikken ze meestal. Maar is dat echt zo? Of herkennen ze de subtiele vormen van beïnvloeding simpelweg niet?
Wat misschien nog wel belangrijker is dan hoe het begint, is waarom het zo moeilijk is om te stoppen. De adrenaline, het geld, de status, het gevoel ergens bij te horen, het werkt als een verslaving. En stoppen met een verslaving is niet zomaar iets.
“Iets dat wij als piek ervaren, kan voor iemand met een verslaving geen piek meer geven,” vertelde een verslavingsdeskundige ons. “Die processen zijn door de war gegooid. Als iemand zo in die pieken heeft geleefd kan dat wel een rol spelen. Je moet dat gevoel van rush weer gaan opbouwen door gezonde activiteiten.”
Sommige jongeren kennen dat ‘andere’ leven simpelweg niet. Wat is een normaal leven eigenlijk? Werk, school, relaties, rust, ritme, regelmaat? Het zegt hen weinig. Totdat er een ‘ontwakingsmoment’ komt: een vriend die wordt neergeschoten, een arrestatie, een spiegelbeeld dat je ineens laat beseffen dat je niet goed bezig bent. Maar zo’n moment is kwetsbaar. Als er dan niemand is die zegt: “ik zie je, ik geloof in je,” zakt het net zo hard weer weg.
Daar ligt onze opdracht. Jongeren hebben iemand nodig. Iemand die blijft staan, ook als ze terugvallen. Iemand die weet: stoppen is topsport.
Zoals een van de jongeren het verwoordde: “Dat is gewoon heel hard werken.”
We praten vaak over de drie W’s: werk, woning, wederhelft. Maar voor deze jongeren zijn er vijf nodig. Wilskracht én weten willen wij daar op basis van Knel! aan toevoegen. Weten waar je naartoe wilt. En weten hoe je daar komt. De routekaart ontbreekt vaak en wij moeten helpen om die te tekenen.
Naast deze inzichten zijn we in het college ook ingegaan op beleid en handelingsperspectieven. We stipten programma’s aan zoals Preventie met Gezag en VIOS (Veiligheid in en om de Scholen) aan, maar benadrukten vooral het belang van maatwerk. Geen standaardoplossingen, maar kijken naar wat er écht speelt in een wijk, een groep, een leven. En dat begint met naar buiten gaan. Kijken, luisteren, en het mentale proces serieus nemen. Want jongeren losmaken van criminaliteit begint bij begrijpen waar ze in vastzitten waarmee onze kernboodschap was:
Kijk voorbij de sociale bindingen en ga ook zitten op het mentale proces. Wij denken dat we nog veel kunnen leren van de verslavingszorg om jongeren ‘los’ te krijgen van georganiseerde misdaad.
Quickscan van de aard, omvang en beleving van (on)veiligheid in het buitengebied van Zeewolde.
Drugscriminaliteitbeeld Utrecht 2025